De wekelijkse parasha volgens de DTC

104. K’dosjiem = Heiligen 21 Kislev 5778 (9 dec. 2017)
Tora: Leviticus 19:1-22 Psalm: 84
Koning: Jozua 12 Evangelie: Matteüs 13:53-14:36
Profeet: Jesaja 5:1-24 Brief: Efeze 6

Thema dat de passages verbindt
Het beloofde land geeft de ruimte aan heilige mensen om God te dienen en Hem te ontmoeten. (T. 19:2, Ps. 84:5, K. 12:1, Pr. 5:7, E. 14:13, 23, Br.)

Targoem voor de sjabbat (Leviticus 19:2-13)
Israël, je zult jezelf apart zetten door heiliging, om zo Mij te weerspiegelen. Want Ik, JHWH, jouw God, ben een heilige God. Je moeder en je vader die je hierin voorgaan, zul je vrezen. Mijn heilige dagen, de sjabbatten, bewaak je als het kostbare vooruitzicht op Mijn blijvende rust. Ik ben JHWH, jouw God die jou op sjabbat ontmoeten wil. Laat je aanwezigheid niet gekend zijn door allerlei andere goden. Smelt ook geen metaal om iets te maken dat een god voorstelt. Ik ben JHWH, jouw God. Wanneer je offert voor een vredesmaaltijd met Mij, doe dit dan secuur en neem in acht dat niet iedereen aanvaard wordt. Nader alleen als je bent toegerust met kennis en wijsheid. Geniet van het vlees dat voor jou en je gezin is op de dag dat je genaderd bent. Als er vlees overblijft, mag je er de tweede dag ook nog van eten. Op de derde dag zal het vlees met vuur verbrand worden, want het is geen gewoon vlees. Het eten van dit vlees op de derde dag is het walgelijk en kost je je leven. Het is heilig vlees, bestemd voor de maaltijd met Mij.
Denk aan de armen en de vreemden als je oogst, voor hen is alles wat overblijft aan de randen van het veld, en de nalezing. Dat geldt ook voor je wijngaard, want ook de armen en de vreemdelingen mogen genieten van jouw gezegende leven in Mijn Koninkrijk. Ik ben JHWH, jouw God.
Steel niet, misleid niet en bedrieg je naaste niet. Zweer niet bij Mijn naam terwijl je de waarheid geweld aandoet, want op die manier ontheilig je de naam van jouw God, Ik ben JHWH. Verdruk je naaste niet en beroof hem niet. Houd ook zijn loon niet te lang achter, wanneer je je naaste inhuurt.

Het leven van een heilige
Wanneer je je leven apart wilt zetten voor JHWH, kan dat. Daarvoor begint God deze week met heel concrete aanwijzingen. Mensen die dit in praktijk brengen worden k’dosjiem genoemd: mensen die anders (heilig) zijn. Deze week kijken we voor het eerst in de Tora heel direct naar de praktische kant van het leven met God, als lid van Zijn uitverkoren volk. De parasja van deze week staat in het chiasme van Leviticus tegenover de reiniging van de melaatse (Lev. 14 – par. 98). En dit verband is veelzeggend, want het laat ons zien hoe het leven van een heilig mens niets te maken heeft met vroomheid of een slaafse gedragscode, maar alles met heling en aanvaarding door JHWH. De heiliging waar dit gedeelte toe oproept, is sterk verbonden met de reiniging van de door JHWH veroordeelde mens (Lev. 14). Daarom kijken we eerst naar de connectie met Leviticus 14 en vervolgens naar de inhoud van het heilige leven.

Heling en aanvaarding
Na de kern van de Tora, is dit het derde thema in het chiasme. Bij de eerste en tweede keer was het al bijzonder om de overeenkomsten in het chiasme te zien en ons daardoor te laten onderwijzen, maar het wordt steeds mooier! De reiniging van de melaatse laat ons heel concreet zien wat er aan heiliging vooraf gaat.
Een melaatse was iemand die door God geslagen was vanwege een vorm van trouwbreuk. Als een melaatse genas, betekende dit, dat het oordeel over trouwbreuk (waar ieder mens schuldig aan is) werd weggenomen. Als het oordeel weggenomen was, ging de priester dit beoordelen. Hij zorgde ook voor het ritueel van reiniging, om zo de melaatse opnieuw te aanvaarden als lid van Israël. Het ritueel van de reiniging symboliseerde dat de veroordeelde persoon overstak van Egypte (het geringe hysop) naar de berg Zion waar het Huis van JHWH (het edele cederhout) gebouwd werd. Daarna werd hij zoals een priester met bloed, én met olie gewijd. Wat een bijzonder voorrecht om als mens, die eens veroordeeld was, zo dicht bij God te mogen komen, dat je jezelf als priester mag beschouwen! De gereinigde melaatse is heel gemaakt en aanvaard als dierbaar lid van Gods familie. Deze geredde zondaar staat gelijk aan de hogepriester die binnengelaten wordt in het Allerheiligste.

Heiliging
Deze week wordt degene die op basis van genade en barmhartigheid lid is geworden van Gods volk, onderwezen over zijn nieuwe leven. Dit nieuwe leven mag hij in praktijk gaan brengen. Waarom zou hij dat niet doen? Dankbaarheid en vreugde vervullen hem voor de rest van zijn leven, en de manier om dit vast te houden, ligt nu juist in die heiliging. Want je bént anders geworden dan andere mensen, omdat je door JHWH geheeld en aanvaard bent als koninklijk priester. Het afschaffen of niet accepteren van de rechten, wetten en inzettingen die bij deze identiteit horen, is een genadeloze slag in het gezicht van JHWH. Hij heeft je immers leven gegeven, ondanks je trouwbreuk? Hoe is het dan mogelijk dat je de geboden van de Koning (van het Koninkrijk waartoe je bent gaan behoren) afweert? Natuurlijk aanvaarden we deze kans die God geeft om te leven zoals Hij ons leert te leven. Op die manier kunnen we de identiteit waarmaken die JHWH aan de gereinigde melaatse gaf door hem te aanvaarden. Heiliging is dus de openbaarwording van de identiteit die je als kind van God al ontvangen hebt. Heiliging is de realisatie van je positie als hersteld mens in Gods Koninkrijk.

Wat houdt het heilige leven in?
Tot nog toe gingen alle regels die we tegenkwamen in de Tora over de identiteit die JHWH voor Israël bedoeld had. Van het pesachlam tot de Verbondsmaaltijd op de berg, en van het manna tot aan de spijswetten in Leviticus 11, was elke inzetting bedoeld als onderwijs om JHWH als God, en zichzelf als Israël te leren kennen. Het meeste ging over eten en feestelijke maaltijden, want gemeenschap tussen God en Israël was het doel. De regels en rechten die nu volgen, gaan een stap verder. Ze zijn een roeping, en geven heel concreet aan hoe je leven eruit gaat zien, áls je inderdaad die gemeenschap met JHWH gevonden hebt.
Wat houdt die roeping dan concreet in? We waren al veel eerder toe aan een antwoord op die vraag, dachten we. Maar het verlangen om heilig te leven was toen niet méér dan het verlangen van een trouwe knecht om zijn baas te gehoorzamen: “Wat moet ik doen, nu ik een nieuwe baas heb? Farao is er niet meer, nu is God onze nieuwe baas, en dat willen we ook wel, dus we gehoorzamen.” Maar dat was niet wat God wilde, en daarom komt dit thema van heiliging pas zoveel later aan bod. Nu is het vanuit een heel andere houding dat de praktijk aanvaard kan worden, want nú zindert heel ons leven van dankbaarheid, want we zijn als kínd van de levende God aanvaard, niet als Zijn knécht! De heilige levenswandel is niet voor knechten, maar voor koningen en priesters die met God, als Zijn kinderen, opstaan om in deze wereld te strijden voor gerechtigheid. Een heilig leven is dus het leven van een geroepene die vanuit Gods Huis gedréven wordt om gerechtigheid op aarde te vervullen.

Eenvoud
Wordt het met deze roeping, niet heel moeilijk om heilig te gaan leven? Een koninklijk priesterschap is toch niet voor iedereen weggelegd? Wel, een heilig leven is eigenlijk heel eenvoudig. De regels die God geeft, gaan niet over allerlei ingewikkelde zaken, maar laten simpelweg zien hoe de Tien Woorden in de praktijk van alledag zouden moeten werken. De Tien Woorden waren niet een opsomming van geboden maar een getuigenis van de herschepping die God met Israël voor ogen had. Toen Israël de Tien Woorden kreeg, hadden zij eerst een basis gekregen van hun nieuwe leven met God. Nu is die basis tot in detail uitgewerkt en doorleefd door de priesters. Nu kan dus ook begonnen worden met de uitleg van hoe deze woorden in de praktijk gebracht kunnen worden.
Eerst worden de belangrijkste drie dingen genoemd: het dienen van de Ene God, de sjabbat voor de gemeenschap met Hem, en het vrezen van je ouders. Die drie dingen vormen het kader van een heilig leven. Hoe eenvoudig kan de kern van het nieuwe leven zijn? Het vraagt van ons dat we ons richten op één God, en ons niet van Hem laten afleiden. Vervolgens wordt van ons gevraagd om één dag in de week voor Hem apart te zetten, om er zo steeds weer aan herinnerd te worden hoe en wie Hij is, en wie wij mogen zijn. Als derde is het belangrijk om degenen die ons het leven met JHWH vóórleven te vrezen. Dat horen in eerste instantie onze natuurlijke ouders te zijn, maar kan ook gaan om geestelijke ouders. Vanuit deze basis vloeit de rest van de praktische regels voort. Israël leert daarin rekening te houden met zijn naaste die hij liefheeft met Gods liefde en genade, om ook hém een waardig en uitnemend leven te geven (vs. 16-17). Dit liefhebben van je naaste in de praktijk is een roeping om elkaar als potentiële koningen en priesters te beschouwen. Wat een heerlijke roeping is het leven van een heilige!

Vragen
Tora: Leviticus 19 herhaald de Tien Woorden (zie hieronder). Waarom ontbreken de Woorden over doodslag en overspel? Welke Woorden komen daar hier voor in de plaats en waarom?
Kon.: Waarom moet er ruimte worden gemaakt om naar Gods wetten te kunnen leven?
Ps.: Waarom is een plek op aarde om God te dienen zo belangrijk?
Prof.: Waarom vergelijkt God Israël met een wijngaard?
Ev: Waarom zijn het land en de synagoge in Juda niet langer heilig? Wat maakt dat iets heilig is?
Br.: Waar dient de wapenrusting voor in het licht van heiliging (vergelijk met Jozua 12)?

Rooster van het derde kwart van leesjaar 2

Schrijver: © Kees Bloed 2017, www.keesbloed.nl

Uitgever: Immanuël, Gemeente van het Levende Woord
Tel 078 6990097, Mob 0629 065138
w.verdouw@immanuel-gemeente.nl
www.immanuel-gemeente.nl
De wekelijkse parasha

Wees van harte welkom op iedere Sabbatmorgen en ervaar dat de vreugde van JHWH onze kracht is.
Plaats van samenkomst: “De Havenkerk”, Ieplaan 9, 2951 CB Alblasserdam, om 10.30 uur

De tien Woorden van Ex. 20 komen terug in Leviticus 19, maar dan anders. Deze tien worden ‘wetten’ (choekotai) genoemd in Lev. 19:19, terwijl ze in Exodus ‘woorden’ worden genoemd (dewariem, 20:1).

Hier volgen de tien wetten uit Leviticus:
Jullie zijn heilig want Ik ben een heilig God, JHWH. (I)
Vrees je ouders (V)
Bewaak Mijn sjabbatten (IV)
Vraag niets aan de afgoden en maak ze ook niet.
Kom ook niet zomaar bij JHWH, bereid je goed voor. (II)
Ook armen en vreemdelingen zullen bij jou oogsten. (?)
Je mag niet stelen en misleiden en bedriegen. (VIII)
Misbruik de eed in Mijn naam niet, want dat is ontheiliging. (III)
Rechters moeten rechtvaardig oordelen. (?)
Laster is verboden, want het bedreigt het leven van je naaste. (IX)
Heb je naaste lief als jezelf, door hem terecht te wijzen zónder wraakgevoelens. (X)

Hier volgen de Tien Woorden uit Ex. 20 ter vergelijking:
I. Ik ben JHWH, er is geen andere God.
II. Buig niet voor de afgoden, maar dien JHWH je God.
III. Gebruik Gods naam niet inhoudsloos.
IV. Gedenk de Sjabbat.
V. Eer je vader en moeder.
VI. Je zult niet doodslaan.
VII. Je zult geen overspel bedrijven.
VIII. Je zult niet stelen.
IX. Spreek geen vals getuigenis.
X. Begeer niet wat van je naaste is.